Stichting Pensioenfonds SCA Jaarverslag 2014
9
Uitgelicht: Pensioenontwikkelingen
Nieuwe pensioenrealiteit in 2015
Nieuw Financieel Toetsingskader gerealiseerd
De invoering van een nieuw financieel toetsingskader
(FTK) vanaf 2015 heeft het gehele boekjaar beheerst.
Door de aanvaarding van het betreffende wetsvoorstel
aan het einde van het jaar kwam definitief een einde aan
een lange discussie over de herziening van het
pensioenstelsel. De herziening van het FTK is gaandeweg
de totstandkoming door het kabinet getypeerd als
noodzakelijk onderhoud om de weerbaarheid van
pensioenfondsen tegen financiële schokken en de
stijgende levensverwachting te vergroten.
Daarentegen werd in het boekjaar door de staatssecretaris
een veel fundamentelere discussie aangekondigd over de
grondbeginselen en uitgangspunten van het aanvullende
pensioenstelsel, te voeren in de vorm van een Nationale
Pensioendialoog. Er zijn demografische, economische,
arbeidsmarktgerelateerde en sociaal-culturele
ontwikkelingen die volgens haar in het komende boekjaar
om een hernieuwde blik op het stelsel vragen. In dat
verband zullen de collectiviteit, solidariteit,
verplichtstelling en de doorsneepremiesystematiek,
ruimte voor maatwerk, mate van individuele
keuzevrijheden en dergelijke aan de orde komen.
Inperking fiscale ondersteuning pensioenopbouw in
twee stappen
Op grond van wijziging van de fiscale wetgeving in 2013
gold voor een groot aantal pensioenfondsen dat de
aanvullende pensioenopbouw in het onderhavige
boekjaar door middel van lagere opbouwpercentages
moest worden ingeperkt. Daarmee bleek die inperking
nog niet te zijn voltooid. In 2014 werden verdergaande
wetgeving ontwikkeld, zodat het fiscale (Witteveen)kader
met ingang van 1 januari 2015 opnieuw wordt verkleind.
Niet alleen de opbouwpercentages moeten worden
verlaagd, ook het pensioengevend salaris. Vanaf 2015
kan in de tweede pensioenpijler ofwel binnen de
arbeidsrelatie geen pensioen worden opgebouwd over dat
deel van het salaris dat groter is dan € 100.000.
Ter mitigering van laatstgenoemde maatregel bood de
wetgever de mogelijkheid om bij het eigen fonds een
vrijwillige netto pensioen spaarfaciliteit onder te brengen.
De politiek heeft de verwachting uitgesproken dat het
kleinere fiscale kader zou worden vertaald in lagere
pensioenpremies, die vervolgens leiden tot een hoger
besteedbaar inkomen, hetgeen weer gunstig is voor de
economie. Dit effect treedt echter niet automatisch op. De
fondsbesturen van meerdere pensioenfondsen hebben
aangegeven het bestaande premieniveau te willen
handhaven en daarmee de financiële positie van het fonds
noodzakelijkerwijs te verbeteren. Deze reactie is voor De
Nederlandsche Bank (DNB) aanleiding geweest om
nadere, procedurele waarborgen te verlangen. Alle
fondsbesturen zijn met een enquête benaderd, waarin om
informatie is gevraagd over het premiebesluit 2015. De
toezichthouder heeft hiermee willen benadrukken dat dit
besluit moet kunnen worden gemotiveerd met toepassing
van het beginsel van evenwichtige belangenafweging.
Governance-aangelegenheden
Versterking van bestuur en intern toezicht
Met ingang van 1 juli 2014 moesten alle pensioenfondsen
de WVBP hebben geïmplementeerd. De betreffende
voorbereidingen werden deels reeds in het vorige
boekjaar getroffen. Feitelijk dienden de fondsbesturen
reeds aan het einde van het eerste kwartaal van 2014 met
de aanpassing van hun fondsdocumenten gereed te zijn
en kon gedurende het tweede kwartaal een dialoog met
DNB over deze aanpassingen plaatsvinden. De
aanpassing van de fondsdocumenten kon in de regel
rekenen op goedkeuring door de toezichthouder.
Code Pensioenfondsen
In september 2013 hebben de Pensioenfederatie en de
Stichting van de Arbeid (STAR) gezamenlijk de Code
Pensioenfondsen vastgesteld. Deze code komt in de
plaats van de uit 2005 daterende STAR-principes voor
goed pensioenfondsbestuur. Kort gezegd, heeft de code
tot doel het functioneren van de besturen van
pensioenfondsen verder te verbeteren en inzichtelijker te
maken. Belanghebbenden moeten zodoende er
vertrouwen in hebben dat het aan de fondsbesturen
toevertrouwde geld goed wordt beheerd en de belangen
van alle betrokkenen evenwichtig worden afgewogen. De
code heeft bij de hiervoor genoemde WVBP een
wettelijke grondslag gekregen.