Stichting Pensioenfonds SCA Jaarverslag 2014
10
De fondsbesturen dienen over de naleving van de code
verantwoording af te leggen en wel vanaf het
onderhavige boekjaar. In het algemeen geldt het principe
‘pas toe of leg uit (waarom niet)’. Dit betekent dat een
pensioenfonds de normen van de code toepast of in het
jaarverslag motiveert waarom een norm niet (volledig)
wordt toegepast. Afwijking van de norm is mogelijk als
daar een goede reden voor is. In dit jaarverslag zal hierop
nader worden ingegaan.
Handreiking geschikt pensioenfondsbestuur
De Pensioenfederatie heeft in het boekjaar een
‘Handreiking geschikt pensioenfondsbestuur’
uitgebracht, die in de plaats komt van de ‘Aanbevelingen
deskundig en competent bestuur’ uit 2011. Deze
aanbevelingen waren in verband met de WVBP niet meer
actueel. De handreiking ondersteunt de fondsbesturen in
het proces van zelftoetsing, van toewerken naar en
bewaken van hun geschiktheid.
Wet pensioencommunicatie
Begin 2014 publiceerde staatssecretaris Klijnsma een
consultatiedocument over verbeteringen van de
communicatie op het aanvullende pensioenterrein. Na
diverse maatschappelijke reacties hierop te hebben
ontvangen, is het wetsvoorstel op 1 september bij de
Tweede Kamer ingediend. De parlementaire behandeling
zal naar verwachting in de eerste helft van 2015 worden
afgerond.
Reden voor deze wetgeving is dat de bestaande wettelijke
informatieverplichtingen onvoldoende begrijpelijk zijn,
de terminologie en het taalgebruik te lastig is, en de
hoeveelheid informatie te omvangrijk en weinig
doelgericht is. Bovendien wordt een te rooskleurig beeld
over de hoogte van het pensioen gegeven en ontbreekt
inzicht in de risico’s. De verbetering van de
communicatie moet het gedaalde vertrouwen onder
deelnemers en gepensioneerden herstellen. Het kabinet
baseert zijn voorstellen op diverse onderzoeken die op dit
terrein zijn gedaan.
Algemeen pensioenfonds: alternatieve
uitvoeringsvorm
Vlak voor het einde van het boekjaar heeft
staatssecretaris Klijnsma een wetsvoorstel naar de
Tweede Kamer gestuurd, waarin de mogelijkheid wordt
geboden om een zogenaamd algemeen pensioenfonds
(APF) op te richten. Hiermee is het idee van de algemene
pensioeninstelling (API) voorgoed van de baan.
Aan het wetsvoorstel is eveneens een periode
voorafgegaan van consultatie van de pensioen- en
verzekeringssector aan de hand van een voorontwerp van
wet.
Het wetsvoorstel speelt in op de behoefte van
pensioenfondsen om met elkaar effectiever en tegen
lagere uitvoeringskosten te kunnen samenwerken. Een en
ander in combinatie met behoud van eigen identiteit en
solidariteitskring. Het door het kabinet aangeboden
uitvoeringsvehikel kent geen domeinafbakening, zodat
fondsen kunnen kiezen voor een gezamenlijke uitvoering,
zonder dat ze qua bedrijfsactiviteiten een binding met
elkaar hebben.
Diverse toezichtmaatregelen en toenemende
toezichtkosten
DNB heeft te kennen gegeven zich zorgen te maken over
de houdbaarheid van het bedrijfsmodel van de
pensioenfondsen. De besturen worden geconfronteerd
met een ongunstige kostenstructuur, beperkte
premieruimte, ingrijpende ontwikkelingen in de wet- en
regelgeving en een afnemend deelnemersbestand door de
vergrijzing. Daarom heeft de toezichthouder vooraf enige
toezichtthema’s bekend gemaakt die in dit jaar extra
aandacht hebben gekregen. Toekomstbestendigheid,
herstel van financiële buffers en beter risicobeheer
stonden centraal.
Door diverse onderzoeken wilde de toezichthouder
bewerkstelligen dat de fondsbesturen voldoende zicht
hielden op de risico’s van de voornoemde
ontwikkelingen en op tijd maatregelen konden nemen om
de financiële opzet te versterken.
In het boekjaar behandelde de Tweede Kamer een
wijziging van de Wet bekostiging financieel toezicht
2015. De wijziging betrof de afschaffing van de
overheidsbijdrage voor het door DNB en de Autoriteit
Financiële Markten (AFM) uit te oefenen toezicht. Deze
afschaffing vloeide voort uit het regeerakkoord Rutte-II.
De kosten voor pensioenfondsen zullen in het komende
boekjaar hierdoor oplopen. Dankzij een aangenomen
amendement wordt een onbeperkte stijging van de
toezichtkosten aan banden gelegd. Geregeld wordt dat de
huidige totale toezichtkosten in principe alleen met de
inflatiecorrectie mogen stijgen. In bijzondere
omstandigheden heeft de regering de vrijheid om hogere
kostenstijgingen goed te keuren. Een dergelijk besluit
dient evenwel vooraf aan de Tweede Kamer te worden
voorgelegd.
Bron: AZL