Stichting Pensioenfonds SCA Jaarverslag 2014
12
5. Governance pensioenfonds
5.1 Samenvatting
Goed bestuur (governance) heeft drie hoofdelementen:
1.
Organisatie van bestuur;
2.
‘In control’ zijn op beleid en uitvoering;
3.
De ambitie hebben om voor stakeholders ‘good-practice’
beleid en uitvoering te realiseren.
Vanaf 1 januari 2014, na de splitsing van het multi-opf Stichting
Pensioenfonds SCA, is ‘Ring H’ als zelfstandig
ondernemingspensioenfonds onder dezelfde naam doorgegaan met
het uitvoeringen van pensioenregelingen voor de SCA
ondernemingen in Nederland.
Het nieuwe bestuur heeft de organisatie in het voorjaar van 2014
geëvalueerd, mede in het kader van de nieuwe ‘Wet versterking
bestuur pensioenfondsen’ en heeft besloten de organisatie in
essentie gelijk te houden. Het ondernemings-pensioenfonds heeft
wederom gekozen voor een paritair bestuur en werkt voor
continuïteit en kwaliteitsbewaking met een directie.
Vanaf 1 januari 2014 waren de (drie) bestuurders van ‘Ring H’ de
nieuwe bestuurders van het nieuwe fonds aangevuld met een
kandidaat bestuurder.
Het bestuur is van mening dat het ‘in control’ is geweest gedurende
2014 over beleid en uitvoering, inclusief risicobeheer. In 2014 heeft
het bestuur veel aandacht besteed aan opleiding, en traditioneel, aan
vermogensbeheer en communicatie met deelnemers.
Het afgelopen jaar zijn aan Stichting Pensioenfonds SCA geen
dwangsommen of boetes opgelegd. Er zijn door DNB geen
aanwijzingen aan de fondsen gegeven, noch is een bewindvoerder
aangesteld of is bevoegdheidsuitoefening van organen van de
fondsen gebonden aan toestemming van de toezichthouder.
5.2 Beleid, uitvoeringskosten en deskundigheid
Beleid
:
In 2014 heeft het bestuur het bestuursmodel geëvalueerd en
besloten het paritaire model voort te zetten. De positie en
tijdbesteding van de directie is geëvalueerd.
Het bestuur is van mening dat vanwege toegenomen complexiteit,
rapportage- en deskundigheidseisen en ontwikkeling van de grootte
van het fonds de aanwezigheid van een directie noodzakelijk is en
blijft.
De organisatie van het fonds met betreffende dienstverleners is
voortgezet. Contracten zijn daar waar nodig opnieuw op naam van
het ondernemingspensioenfonds gezet.
Uitvoeringskosten
:
zie
Hoofdstuk 6.
Deskundigheid:
Mede in het kader van de nieuwe ‘Wet versterking bestuur
pensioenfondsen’ heeft het bestuur in begin 2014 een collectieve
opleiding gevolgd voor deskundigheidsniveau 2. Daarnaast zijn er
interne opleidingen verzorgd voor kandidaat bestuurders en leden
van de Investeringscommissie.
5.3 Verslag van de bestuurscommissies
Het bestuur heeft 1 bestuurscommissie, de Investerings Commissie.
Deze commissie dient met name als kennis en
deskundigheidsbundeling voor het bestuur over vermogensbeheer
en treedt op als ‘countervailing-power’ vanuit het bestuur naar haar
dienstverleners zoals fiduciair vermogensbeheerder MN-Services.
De Investerings Commissie doet haar verslag in
Hoofdstuk 7
Vermogensbeheer.
Het bestuur kiest bewust niet voor een andere commissie dan de
Investerings Commissie. Gerelateerde onderwerpen worden tijdens
de reguliere bestuursvergaderingen door het voltallige bestuur
behandeld zodat alle kennis en informatie door het voltallige
eindverantwoordelijk bestuur wordt gedeeld en behandeld.
5.4 Naleving Code Pensioenfondsen
Het bestuur heeft eind 2014 een inventarisatie uitgevoerd met
betrekking tot de naleving van de Code Pensioenfondsen. Gebleken
is hierbij dat een groot deel van de normen die in de code zijn
geformuleerd in de praktijk door het bestuur worden nageleefd. Op
onderdelen is dit echter nog niet het geval. Het bestuur heeft hier
eind 2014 verschillende acties op geformuleerd. Voor enkele
normen geldt dat het een bewuste keuze is van het bestuur om van
de Code Pensioenfondsen af te wijken.
Voor de onderdelen waarop de Code Pensioenfondsen niet of
gedeeltelijk wordt nageleefd, volgt hierna een toelichting.
Taken en werkwijze bestuur:
het bestuur heeft een missie, visie en
strategie geformuleerd. Er is een beleids-en verantwoordingscyclus.
Het bestuur wil dit proces verder ontwikkelen en documenteren. Bij
de invoering van de Code Pensioenfondsen beschikte SPSCA nog
niet over een noodprocedure. In 2015 wordt een noodprocedure
vastgesteld.
Communicatie en transparantie:
het bestuur zal vanaf 2016 de
effectiviteit van de ingezette communicatiemiddelen meten. Dit
wordt in 2015 vastgelegd bij de herziening van het
communicatiebeleidsplan.
Verantwoord beleggen:
het beleid omtrent verantwoord beleggen is
opgenomen in de Verklaring inzake beleggingsbeginselen en wordt
uitgevoerd conform MN-beleid hieromtrent (zie website MN).
Uitvoering, uitbesteding en kosten:
het bestuur heeft in 2015 bij de
uitvoeringsorganisaties (MN en AZL) het beloningsbeleid en de
klokkenluidersregeling uitgevraagd.
Melding onregelmatigheden:
het bestuur heeft begin 2015 een
incidentenregeling en een klokkenluidersregeling vastgesteld.
Benoeming, ontslag en schorsing:
bij de benoeming van het bestuur
is geen ander orgaan van het fonds betrokken, maar zijn de
gepensioneerden en de ondernemingsraad de voordragende partijen.
De benoeming vindt wel door het bestuur zelf plaats. Ook bij de
benoeming van het verantwoordingsorgaan zijn de gepensioneerden
en de ondernemingsraad de voordragende partijen. Benoeming van
leden van het verantwoordingsorgaan vindt plaats door het bestuur.
Geschiktheid:
in de code is opgenomen dat het bestuur één keer in
de twee jaar een derde partij betrekt bij de evaluatie van het
functioneren van het bestuur. Het bestuur heeft in het
geschiktheidsplan opgenomen dat het bestuur zich bij de
zelfevaluatie kan laten bijstaan door een deskundige. Het niet
naleven van de Code Pensioenfondsen in deze vindt plaats omdat
het bestuur van mening is dat de betrokkenheid van een derde partij
één maal per 3 jaar afdoende is.
Zittingsduur en herbenoeming:
het bestuur hecht aan de continuïteit
van het bestuur en wenst daarom niet in de statuten van het fonds
op te nemen dat de zittingsduur van een bestuurslid maximaal vier
jaar is en dat herbenoeming maximaal twee keer kan plaatsvinden.
In de praktijk zal deze bepaling echter zoveel mogelijk worden
toegepast.
Diversiteit:
in het huidige
verantwoordingsorgaan heeft geen vrouw
zitting. Dit is niet in overeenstemming met de normen zoals die zijn
voorgeschreven door de Code Pensioenfondsen. Het
diversiteitsbeleid is in het geschiktheidsplan nader uitgewerkt. Bij
gelijke geschiktheid gaat de voorkeur uit naar een vrouwelijke
kandidaat.
5.5 Verwachtingen
Het bestuur verwacht aanhoudende grote aandacht te blijven geven
aan opleiding al dan niet collectief via interne en externe training.
De huidige organisatiestructuur werkt naar tevredenheid en zal op
hoofdlijnen, betreft organisatie, gelijk blijven.