Jaarverslag 2014, SCA Hygiene - page 25

Stichting Pensioenfonds SCA Jaarverslag 2014
24
Ad 1. Balansrisico
Vanuit de doelstelling van het pensioenfonds is de
ontwikkeling van de dekkingsgraad zeer relevant. Een
belangrijk uitgangspunt is dat het beleid aansluit bij het
gewenste risico-rendementsprofiel van de
pensioenarbeidsvoorwaarden en het pensioenreglement.
Een maatstaf hiervoor is de tracking error. Dit is de
verwachte beweeglijkheid van de waarde van de
beleggingen
ten opzichte van
de (nominale) voorziening
pensioenverplichtingen en wordt ook wel balansrisico
genoemd. Het bestuur heeft tot heden geen limieten voor
het balansrisico vastgesteld. De belangrijkste
componenten voor ontwikkeling van het balansrisico
zijn:
1. de samenstelling van de portefeuille;
2. de volatiliteit van de beleggingen;
3. correlaties- en verandering in de onderlinge
samenhang van de beleggingen en
4. verplichtingen, veranderingen in het renteniveau en
rentegevoeligheid van de pensioenverplichtingen
waaraan het balansrisico wordt afgemeten.
In 2014 is het balansrisico van het fonds afgenomen van
11,7% tot 9,9%. Voor toelichting zie
Hoofdstuk 7
Vermogensbeheer
. Analyse toont aan dat voornamelijk
door afnemende volatiliteit de balansrisico’s zijn gedaald.
Ad 2. Renterisico
Het renterisico geeft de mogelijke impact op de
dekkingsgraad als gevolg van een verandering in de
waarde van vastrentende beleggingen versus de
pensioenverplichtingen door veranderingen in de
marktrente.
Het fonds heeft beleid geformuleerd om de looptijd en de
rentegevoeligheid op elkaar af te stemmen middels
zogenaamde ‘renteswaps’. Dit beleid is opgenomen in het
beleggingsplan. Deze renteswaps worden uitgevoerd door
de fiduciair vermogensbeheerder en hier wordt conform
bepalingen in de Service Level Agreement over
gerapporteerd. De renteswap dekt voor een deel het
renterisico af.
De feitelijke renteafdekking afgezet tegen de nominale
renteafdekking van de verplichtingen (op basis van de
marktrentecurve) bedroeg eind 2014 46,1%. In
Hoofdstuk 7 Vermogensbeheer
wordt het betreffende
beleid van 2014 toegelicht.
Een vuistregel voor het inschatten van de
rentegevoeligheid is: duratie verplichtingen keer
rentemutatie keer renteafdekking. Met deze grove
inschatting is de mutatie bij 1% rentemutatie circa:
20,4*1,0%*49% = circa 10%.
Mn-Services heeft een gedetailleerde analyse gemaakt
van de impact van een renteschok van 1%-punt op de
dekkingsgraad (obv startdekkingsgraad van 108% en
duratie 19,6%, situatie begin december 2014).
Stichting Pensioenfonds SCA
Effect renteschok 1%-punt op dekkingsgraad
Renteschok
0% 1% -1%
Dekkingsgraad
108% 117% 100%
Verandering DG in %-punt
8,6% ‐7,9%
In 2014 is de rente aanzienlijk gedaald en heeft het de
dekkingsgraad negatief beïnvloed.
Ad 3. Inflatierisico
Inflatie vormt een risico voor pensioenfondsen omdat zij
veelal een ambitie hebben om pensioentoezeggingen te
indexeren. Daarbij werkt de ontwikkeling van de
inflatietermijnstructuur op twee manieren door in de
balans van een pensioenfonds. De waarde van de reële
verplichtingen worden beïnvloed door de ontwikkeling
van de inflatieverwachting. Maar ook de waarde-
ontwikkelingen van de beleggingen in inflatie-
gerelateerde producten zoals (inflatie)obligaties en
inflatieswaps zijn afhankelijk van de ontwikkeling van de
inflatietermijnstructuur.
Het inflatierisico kan deels worden opgevangen door
diversificatie. In aanvulling hierop kan het risico worden
gehedged door het gebruik van afgeleide financiële
instrumenten (derivaten), zoals opties en futures.
Vooralsnog heeft het bestuur nog geen directe afdekking
van dit risico gerealiseerd, wel indirect via haar
beleggingen in bijvoorbeeld zakelijke waarden.
Ad 4. Valuta
Koersschommelingen in valuta’s kunnen worden
gebruikt om rendement op te halen. Echter, het bestuur
heeft ervoor gekozen hier geen beleid op te formuleren
anders dan het afdekken van deze valutaschommelingen.
De valutarisico’s van de de Japanse yen, het Britse pond
zijn in 2014 voor 100% afgedekt en voor de Amerikaanse
dollar met 75%.
Ad 5. Kredietrisico
Kredietrisico is het risico van financiële verliezen als
gevolg van faillissement of betalingsonmacht van
tegenpartijen waarop het pensioenfonds (potentiële)
vorderingen heeft. Voor het pensioenfonds betreft dit
voornamelijk de beleggingen in obligaties. Het
kredietrisico wordt beperkt door spreiding van de
vastrentende waarden naar regio’s, creditrating van
tegenpartijen en de sector.
De zogenaamde creditspread is een handige maatstaf
voor het kredietrisico en geeft de opslag aan die de markt
vraagt boven de risicovrije rente. Des te hoger deze
opslag, des te hoger de markt het kredietrisico op een
partij beoordeelt en des te hoger de vergoeding (de
spread) is die de markt wil ontvangen voor het nemen
van dit risico. Zo is de creditspread voor langlopende
obligaties bijna 0 en van de bedrijfsobligaties 0,5%. De
ratingklassen van de vastrentende waarden per ultimo
zijn:
Stichting Pensioenfonds SCA
Ratingsklassen vastrentende waarden
2014
2013
AAA
56%
48%
AA
5%
8%
A
13%
17%
BBB
19%
21%
Lager dan BBB
6%
5%
Geen rating
1%
1%
Buffer feitelijk kredietrisico %
0,1%
1... ...
Powered by FlippingBook