Stichting Pensioenfonds SCA Jaarverslag 2014
25
Ad 6. Concentratierisico
Grote beleggingsposten zijn aan te duiden als een vorm
van concentratierisico. Om te bepalen welke posten
hieronder vallen moeten per beleggingscategorie alle
instrumenten met dezelfde debiteur worden gesommeerd.
Als grote post wordt aangemerkt elke post die meer dan
2% van het balans totaal uitmaakt. Het grootste
concentratierisico is bij Nederlandse obligaties (19,3%
van de totale portefeuille).
Ad 7. Weging portefeuille
Het bestuur heeft beleid gemaakt voor de weging van de
beleggingsklassen in de portefeuille. De feitelijke weging
van de beleggingen dienen binnen grenzen te vallen. Dit
is het geval.
Ad 8. Illiquiditeit- en liquiditeitssrisico
Illiquiditeitsrisico is het risico dat beleggingen niet tijdig
en/of niet tegen een aanvaardbare prijs kunnen worden
omgezet in liquide middelen, waaronder het fonds op
korte termijn niet aan zijn verplichtingen kan voldoen.
Dit risico is zeer gering. Het percentage illiquide
beleggingen van de totale portefeuille bedroeg slechts
4,6%.
Het liquiditeitsrisico is het risico dat op korte termijn er
onvoldoende liquide middelen zijn om het onderpand van
derivaten (zoals de rente-afdekking als valata-afdeking)
in stress-scenario’s op te vangen. Analyses tonen aan dat
dit risico gering is.
Ad 9. Tegenpartijrisico
Dit is het risico dat een tegenpartij niet meer aan zijn
verplichtingen jegens het pensioenfonds kan voldoen. De
belangrijkste tegenpartijen hierbij zijn de financiële
instellingen waarmee derivaten contracten zijn afgesloten
en partijen waarmee cash management wordt uitgevoerd.
Derivaten
: het fonds heeft derivaten afgesloten met
‘tegenpartijen’. Marktontwikkelingen kunnen leiden dat
het fonds onderpand aan deze tegenpartijen moet kunnen
bieden, maar ook omgekeerd. De tegenpartijen dienen
daarom ook voldoende kredietwaardig te zijn. Het fonds
hanteert het beleid om alleen met tegenpartijen voor
derivatenposities te werken die een minimale rating
hebben van A1. Het bestuur krijgt op kwartaalbasis
inzicht in de uitstaande posities (onderpanden) en rating
van de tegenpartijen.
Cash management
: Het uitzetten van kredietgelden
omvat naast liquiditeiten in de portefeuille ook het
eventuele cash onderpand zoals gestort is door
tegenpartijen uit hoofde van de derivatenpositie met een
onderliggende positieve marktwaarde. De partijen
waarbij liquiditeiten worden uitgezet moeten voldoen aan
strikte interne (Mn-Services) riskmanagement richtlijnen,
waaronder kredietwaardigheidstoetsen. Op basis van
gestelde parameters wordt per tegenpartij een gescheiden
limiet gesteld, bijvoorbeeld hoe beter de
kredietwaardigheid, hoe hoger de limiet.
Security lending:
bij de beleggingen in de Return
Portefeuille in MN fondsen maakt het fonds gebruik van
het Securities Lending programma van MN. MN heeft
hiertoe een uitgebreid document beleid en strategie,
welke in de investeringscommissie van het fonds wordt
besproken. Kernelement van het risico bij security
lending is de mogelijkheid dat een tegenpartij bij default
niet meer kan leveren. Het MN programma ondervangt
dit door voor elke uitlening een fysiek onderpand te
vragen in de vorm van (veelal) een obligatie en geen
cash. Het tegenpartijrisico is daardoor miniem.
3.
Verzekeringstechnisch risico
Naast de financiële risico’s staat het fonds bloot aan
verzekeringstechnische risico’s, waarvan het
langlevenrisico het belangrijkste is. Andere
verzekeringstechnische risico’s zijn kortlevenrisico en
arbeidsongeschiktheidsrisico.
Bij de bepaling van de voorziening
pensioenverplichtingen worden prudente
veronderstellingen gehanteerd waaronder
leeftijdscorrectiefactoren alsmede toekomstige
verbetering van de levensverwachting. Het fonds hanteert
de AG prognosetafels 2014 (startjaar 2015) met
ervaringssterfte.
Het fonds heeft vanaf 1 januari 2012 de risico’s van
overlijden en arbeidsongeschiktheid herverzekerd via
Delta Lloyd Levensverzekering N.V. Het bestuur is van
mening dat deze risico’s voor het fonds zijn
geminimaliseerd.
4.
Risico op uitbesteding
Het bestuur heeft onder behoud van zijn
verantwoordelijkheid een aantal werkzaamheden
structureel uitbesteed. De uitbesteding van
werkzaamheden aan een derde partij heeft tot gevolg dat
het bestuur geen directe gezagsverhouding heeft met de
personen die bij de derde partij feitelijk en dagelijks zijn
belast met de uitvoering van die werkzaamheden.
Bij alle uitbestedingsactiviteiten conformeert het fonds
zich volledig aan de regelgeving van DNB op het gebied
van uitbesteding. Het fonds beschikt over iedere extern
uit te voeren activiteit over een
uitbestedingsovereenkomst (contract) die voldoet aan het
bij krachtens artikel 34 van de Pensioenwet bepaalde.
In voorkomende gevallen worden met de uitvoerende
organisatie nadere afspraken omtrent processen,
informatieverschaffing en te leveren diensten vastgelegd
in een Service Level Agreement (SLA). In een SLA
worden tenminste ook afspraken vastgelegd over de
administratieve organisatie, de autorisatie en
procuratiesystemen en de interne controle van de
uitvoerende organisatie.
De twee belangrijkste dienstverleners van het fonds, AZL
en Mn-Services geven jaarlijks een ISAE 3402 verklaring
af, een standaard voor kwaliteit voor bedrijfsvoering.
Bovenop bovengenoemde inrichting van de controle op
de dienstverleners houdt de directie van het fonds op
dagbasis contact met de dienstverleners en ziet er op toe
dat de diensten naar het gewenste niveau worden